Kangoeroewonen – Zorgwonen

geplaatst door op 03 Sep 2013 in geen tag geen reacties

zorgwonen OF KANGOEROEWONEN

Achtergrond

Meer-generatie-wonen (grootouders, ouders en kinderen) was vroeger zeer gebruikelijk. In de loop van vorige eeuw werden woningen meer en meer bewoond door het “klassieke” gezin (ouders en jonge kinderen). De stedenbouwwetgeving speelde daar op in door in bepaalde gebieden die samenlevingsvorm zelfs op te leggen. Een paar voorbeelden:

- vele verkavelingen bestemmen de loten enkel voor eengezinswoningen
- bij zonevreemde woningen (woningen in bijvoorbeeld agrarisch gebied) mag het aantal woongelegenheden niet verhogen.

Er stelde zich geen probleem als grootouders gewoon kwamen inwonen en sliepen in een slaapkamer van de woning. Want dat werd en wordt nog steeds als eengezinswoning aanzien (ook al woonden er drie generaties in). Een gehandicapte broer opvangen in een slaapkamer van jouw woning was ook geen stedenbouwkundig probleem. Dat wordt ook nog steeds als één gezin beschouwd.

Maar vele mensen willen wel de grootouders of de zieke broer of zus in huis opnemen, maar zijn gesteld op hun eigen privacy. En dan kwam de behoefte aan min of meer onafhankelijk functionerende woningonderdelen. Een deel van het gelijkvloers wordt klaar gemaakt voor de ouders, die een aparte woonkamer, keuken en toegangsdeur krijgen. En op den duur kan je je afvragen of er niet gewoon een appartement bij gemaakt wordt. En dat was een probleem (want niet vergunbaar) in die verkavelingen en zonevreemde woningen.

Regeling

Om deze problemen op te lossen werd het zorgwonen in regelgeving vastgelegd. Men spreekt van zorgwonen als voldaan is aan al volgende voorwaarden:
◾In een bestaande woning wordt 1 ondergeschikte wooneenheid gecreëerd
◾De ondergeschikte wooneenheid vormt 1 fysiek geheel met de hoofdwooneenheid
◾De ondergeschikte wooneenheid, de ruimten die gedeeld worden met de hoofdwooneenheid niet meegerekend, maakt ten hoogste een derde uit van het bouwvolume van de volledige woning
◾De eigendom of ten minste de blote eigendom van hoofd- en ondergeschikte berust bij dezelfde titularis of titularissen
◾De creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van ◾Hetzij ten hoogste 2 ouderen van 60 jaar of ouder
◾Hetzij ten hoogste 2 hulpbehoevende personen (personen met een handicap, personen die in aanmerking komen voor een vergoeding van de Vlaamse zorgverzekering, personen met een nood aan ondersteuning om zich in het thuismilieu te kunnen handhaven)

Vergunning nodig?

A. Het maken van een zorgwoning is bij decreet vrijgesteld van de vergunningsplicht, op voorwaarde dat dit gebeurt binnen het bestaande bouwvolume. Wanneer u geen constructieve werken uitvoert, is noch een stedenbouwkundige melding, noch een stedenbouwkundige vergunning nodig.

B. De vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning geldt ook wanneer constructieve werken nodig zijn. In dat geval geldt de stedenbouwkundige meldingsplicht. Hiervoor kan gebruikt gemaakt worden van het meldingsformulier zorgwonen

C. Wordt de woning uitgebreid, dan geldt de vrijstelling niet. Een stedenbouwkundige vergunning is dan nodig.

Na het beëindigen van de zorgsituatie

Als een bestaande zorgwoning, na het beëindigen van de zorgsituatie, terug aangewend wordt voor de huisvesting van 1 gezin, dan is dit meldingsplichtig. Deze meldingsplicht geldt zowel in geval A, B als C. U gebruikt hetzelfde meldingsformulier als hierboven.

Als een bestaande zorgwoning, na het beëindigen van de zorgsituatie, aangewend zal worden voor de huisvesting van meerdere gezinnen of alleenstaanden, dan is hiervoor een stedenbouwkundige vergunning nodig. Het opsplitsen van een woning in meerdere wooneenheden die niet dienen voor zorgwonen is immers altijd vergunningsplichtig.

Opname in het Rijksregister

Alle inwoners moeten in het Rijksregister worden opgenomen. In het geval van zorgwonen is daarvoor een speciale code voorzien. Dit kan in sommige gevallen financieel voordelig zijn. De federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken is bevoegd voor het Rijksregister.

Open VLD heeft een voorstel van decreet ingediend in het Vlaams Parlement om in bepaalde gevallen het aanvragen van een bouwvergunning af te schaffen, meldt De Standaard. Het voorstel komt van volksvertegenwoordigers Mercedes Van Volcem en Dirk Van Mechelen.

Als een goedgekeurde verkaveling duidelijke verkavelingsvoorschriften heeft, is het energieverspilling om elke individuele bouwheer nog eens te verplichten een bouwvergunning aan te vragen. Onnodige last voor de bouwheer én voor de overheid, vinden Van Volcem en Van Mechelen. De volksvertegenwoordigers zijn van mening dat een meldingsplicht dan kan volstaan.

Voorwaarden zijn wel dat de verkavelingsvergunning op een heel aantal punten al zeer duidelijk is: de inplanting, de minimale en maximale bouwhoogte en – diepte, de architecturale uitgangspunten, de woningtypologie en de materiaalkeuze. Het gaat zowel over nieuwbouw als over verbouwingen. Om de overheid een minimale controle te geven, stellen de liberalen voor de woning te laten afpalen door een gemeentelijk ambtenaar.

Specialisten zien volgens De Standaard erg weinig bezwaren tegen het voorstel.

Stiefkinderen zullen in de toekomst hetzelfde gunsttarief genieten als eigen kinderen bij de schenking van een erfenis. De drie meerderheidspartijen in de Vlaamse regering, CD&V, SP.A en N-VA, zijn het daarover eens.

Over de modernisering van het erfrecht wordt al jaren nagedacht. Het groeiende aantal nieuw samengestelde gezinnen leidt immers tot ongelijkheden, bijvoorbeeld bij schenkingen. Voor eigen kinderen gelden de laagste schenkingsrechten bij vroegtijdige nalatenschappen, terwijl dat voor stiefkinderen het hoogste tarief is.

Zo betaalt een natuurlijk kind nu 3 procent aan schenkingsrechten, een stief- of zorgkind daarentegen 7 procent. Als het om een huis gaat, kunnen de schenkingsrechten oplopen tot bijna de helft van de waarde voor stief- en zorgkinderen. De indieners van het voorstel, Griet Smaers en Katrien Schryvers (beiden CD&V), willen die ongelijkheid wegwerken. De belastingen zullen nu weldra gelijkgeschakeld worden.

Het voorstel zal wellicht in het najaar goedgekeurd worden in het Vlaams Parlement. De budgettaire impact op de Vlaamse begroting zou minimaal zijn. Dat was ook de voorwaarde van N-VA-minister Philippe Muyters, de aanpassing mocht de schatkist geen geld kosten. Vorig jaar inde Vlaanderen 1,2 miljard aan successierechten, aldus De Standaard.

Erfrecht wijzigt nog op andere punten

De Vlaamse regering past het erfrecht ook aan op enkele andere punten. Zo komt er een aanpassing voor de schenkingen aan goede doelen. Het verschil tussen schenkingen aan een privaatrechtelijk goed doel, zoals een ngo, en een publiekrechtelijke organisatie, zoals een gemeente of de federale staat, wordt opgeheven. Beide vormen zullen gelijk belast worden op 8,8 procent.

Ten slotte willen de meerderheidspartijen ook de successierechten schrappen die ouders moeten betalen op een schenking aan een kind die ze nadien toch terugerven. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het kind vooraf een deel van de erfenis krijgt, maar zelf kinderloos sterft en het geld vervolgens terugvloeit naar de ouders.

Een deel van de verantwoordelijkheid over het erfrecht zit voorlopig nog op federaal niveau. Daar werkt minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) ook aan hervormingen. Vanaf 2015 komt de bevoegdheid in zijn geheel naar de deelstaten.

De antimisbruikbepaling die van toepassing is op registratie- en successierechten zorgt in de praktijk voor onrust. De onrust werd vooral veroorzaakt door de “zwarte lijst” die de fiscus publiceerde. De fiscus heeft nu haar standpunt herzien. De nieuwe “zwarte lijst” schrapt enkele gevallen die aanzien worden als misbruik. Zo worden de gesplitste aankoop en testamentaire bepalingen niet langer aanzien als misbruik.

Bron: Fiscoloog – 17 april 2013

BRUSSEL – Rond de zomer hoopt minister van Justitie Annemie Turtelboom een wetsvoorstel klaar te hebben dat meer ‘erfenissen op maat’ mogelijk moet maken voor nieuw samengestelde gezinnen. Het zou dan onder meer mogelijk worden om stiefkinderen evenveel te laten erven als de eigen kinderen.

Het Belgische erfrecht, dat nog dateert uit de tijd van Napoleon, is ingewikkeld en allesbehalve flexibel, maar ook niet aangepast aan de situatie in steeds meer gezinnen. Minister Annemie Turtelboom (Open VLD) wil nog dit jaar een reeks wetteksten aan het parlement voorleggen om dat te veranderen. Op een studiedag van de Gezinsbond bleek gisteren dat de politieke beslissing daarover verwacht mag worden rond de zomer.

Een van de belangrijkste vragen van de Gezinsbond is dat het mogelijk wordt om eigen kinderen en stiefkinderen evenveel te laten erven. Dat kan nu (bijna) niet. Hoe goed de relatie met een stiefvader of -moeder ook is, als de stiefouder overlijdt, valt de impliciete gelijkheid van de kinderen weg. Dan erven de natuurlijke kinderen wel, de stiefkinderen niet, of nauwelijks. Steeds meer nieuw samengestelde gezinnen worden met dat probleem geconfronteerd.

Ouders kunnen nu maar vrij beschikken over het deel van de erfenis dat overblijft nadat elk van de natuurlijke kinderen zijn deel heeft gekregen. Als er één kind is, krijgt dat minstens de helft van de erfenis. Zijn er twee kinderen dan krijgt elk minstens een derde. Bij drie kinderen wordt dat elk een vierde, en zo gaat het verder.

Erfenisrechten

Ouders die één natuurlijk kind hebben en één stiefkind, kunnen dus elk kind evenveel nalaten, maar zodra er meer dan één natuurlijk kind is, krijgt het stiefkind of de stiefkinderen minder. In een gezin met twee natuurlijke en twee stiefkinderen krijgen de natuurlijke kinderen dus elk een derde, terwijl de stiefkinderen elk maar een zesde kunnen krijgen.

Vroeger betaalden die stiefkinderen dan ook nog eens massaal meer erfenisrechten – van 45 tot 65 procent – dan hun natuurlijke stiefbroers of -zussen. Zij waren immers ‘derden’.

In Vlaanderen werd die discriminatie intussen rechtgezet en betalen stiefkinderen evenveel successierechten als natuurlijke. In Brussel en Wallonië bestaat het onderscheid nog steeds.

De gelijkschakeling in Vlaanderen kwam er omdat de wetgever nu al een mogelijkheid biedt om natuurlijke en stiefkinderen na de dood gelijk te behandelen. De oplossing is adoptie van de stiefkinderen. ‘Maar’, zegt Erika Coene van de Gezinsbond, ‘dat is meer dan een louter fiscale zaak.’

Emotioneel

‘Niet alleen moeten de natuurlijke ouders ermee instemmen, ook het kind moet die keuze maken. En dat ligt emotioneel niet makkelijk. Het houdt, hoe je het ook draait of keert, een soort keuze in. Bovendien is het de vrederechter die uiteindelijk beslist. Dat is uiteraard een goede zaak, want hij moet oordelen of de adoptie echt in het belang van het kind is en of er geen druk wordt uitgeoefend, maar het gaat wel om een complexe procedure.’

De gelijke behandeling van natuurlijke en stiefkinderen mag geen verplichting zijn, vindt de Gezinsbond, maar wie die gelijkheid wil, moet dat kunnen laten vastleggen in een testament.

Wie van die mogelijkheid gebruik zal maken, moet wel beseffen dat hij of zij daardoor de eigen biologische kinderen benadeelt. Zij verliezen immers een deel van de erfenis die ze anders zouden krijgen omdat ze moeten delen met hun stiefbroers of -zussen.

Daarom pleit notaris Marc Sobrie ervoor dat er een minimumperiode moet vastgelegd worden waarin de stiefkinderen en de overledene onder hetzelfde dak gewoond hebben. Eventueel, vindt hij, moet het ook mogelijk zijn dat de eigen kinderen meebeslissen of hun stiefbroers of -zussen kunnen erven.

Voorwaarden

Ook professor Hélène Casman, adviseur bij het kabinet-Turtelboom, liet gisteren verstaan dat er voorwaarden worden verbonden aan de nieuwe regeling. Zo zou een stiefvader of -moeder wel het geld en de goederen, inclusief huizen, die hij of zij zelf verdiende kunnen verdelen over al de kinderen, maar niet het geld dat hij of zij zelf geërfd heeft. Dat laatste kan alleen naar de biologische kinderen gaan.

Bron: De Standaard 26/03/2013

Het is perfect mogelijk om een privéwoning te ruilen met een woning die in de vennootschap zit.

Als zaakvoerder bezit u een gezinswoning en een buitenverblijf. Het buitenverblijf zit in de vennootschap.

Wanneer de zaakvoerder liever zijn gezinswoning in de zaak wil steken en het buitenverblijf privé hebben dan kan hij de gezinswoning verkopen en het buitenverblijf aankopen.

Nadeel is dat er op de twee transacties registratierechten zal moeten worden betaald. Een oplossing is een ruil van de panden. In dit geval moet er maar één keer registratierechten betaald worden.

Bron: Tips & Advies Belastingen – 17 december 2012

In De Tijd van 19 januari wordt een lezersvraag beantwoord omtrent de verkoop van een tweede verblijf in Frankrijk. Welke belasting moet betaald worden wanneer men er een huis van de hand doet?

De Franse regering heeft geleidelijk aan de belastingdruk opgevoerd. Belgen die hun tweede verblijf willen verkopen moeten voortaan dezelfde meerwaardebelasting betalen als Franse inwoners.

Deze meerwaardebelasting bedraagt 34,5%. Daarnaast werd de termijn van 15 jaar waarbinnen vrijstellingen van die meerwaardebelasting gelden opgetrokken naar 30 jaar.

Bron: De Tijd – 19 januari 2013

De btw-aftrek van een zakelijk recht op een onroerend goed moet proportioneel beperkt worden.

Een zaakvoerder had als natuurlijke persoon een vruchtgebruik gevestigd ten voordele van zijn vennootschap. De zaakvoerder opteerde voor toepassing van btw en diende daarom een bijzondere aangifte in.

Het deel van het vruchtgebruik bestond slechts uit 65% van de totale bouwkost. De zaakvoerder is van mening dat hij de volledige btw mag aftrekken waardoor er een btw-tegoed ontstaat. De fiscus gaat niet akkoord.

Doordat de prijs van het vruchtgebruik lager is dan de bouwkost mag de btw enkel worden afgetrokken in verhouding vruchtgebruik/bouwkost. In dit geval mag de btw maar voor 65% worden afgetrokken.

De zaakvoerder gaat niet akkoord en legt de betwisting voor aan de rechtbank. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep gaat de rechter telkens akkoord met de mening van de fiscus.

Ook het Hof van Cassatie volgt de fiscus en verwijst naar de btw-richtlijn. Hof van Cassatie, 21 december 2012

Bron: Fiscoloog – 6 februari 2013

Het be­lang­rijk­ste deel van mijn er­fe­nis is het ou­der­lijk huis. Dat moet ik nu leeg­ma­ken en op­rui­men, dan pas kan ik het te koop zet­ten. Maar voor de suc­ces­sie­rech­ten moet ik nú al een schat­ting geven van de waar­de van de wo­ning. Als ik het huis later voor meer kan ver­ko­pen, mag ik dan een boete ver­wach­ten?

Stel, uw ou­der­lijk huis is vol­gens uw schat­ting 250.000 euro waard. Op dat be­drag be­taalt u suc­ces­sie­rech­ten. Maar vol­gend jaar kunt u het huis ver­ko­pen voor 300.000 euro. Dan moet u in­der­daad extra er­fe­nis­rech­ten be­ta­len, dat klopt. En bo­ven­dien mag u ook een fis­ca­le boete ver­wach­ten. ‘Ten­zij u na de ver­koop met­een een bij­voeg­lij­ke aan­gif­te in­dient’, weet no­ta­ris Maar­ten Duyt­schae­ver. ‘Wie de extra in­kom­sten spon­taan meldt bij de fis­cus, moet geen boete be­ta­len, al­leen de extra suc­ces­sie­rech­ten.’

Wilt u he­le­maal geen kop­zor­gen over toe­kom­sti­ge suc­ces­sie­rech­ten? Dan kiest u voor de pro­ce­du­re van voor­af­gaan­de schat­ting. ‘Ik raad die pro­ce­du­re zelfs stan­daard aan voor na­la­ten­schap­pen in de zij­li­nie – wan­neer de erf­ge­na­men broers, neven of ooms zijn en de suc­ces­sie­rech­ten hoog kun­nen op­lo­pen – en voor na­la­ten­schap­pen waar­in veel vast­goed zit’, zegt no­ta­ris Duyt­schae­ver.

De­fi­ni­tief en vast

Hoe werkt het? U – of in de prak­tijk uw no­ta­ris – stelt een schat­ter voor, die door de fis­cus aan­vaard wordt. Die schat­ter maakt een schat­ting van het vast­goed, in aan­we­zig­heid van de erf­ge­na­men en een ver­te­gen­woor­di­ger van de fis­cus. Zijn schat­ting is de­fi­ni­tief en vast. Ie­der­een moet zich daar­aan hou­den. Was het huis op 250.000 euro ge­schat en kunt u het later ver­ko­pen voor 300.000 euro? Dan hebt u geluk. U moet geen suc­ces­sie­rech­ten bij­be­ta­len. De fis­cus kan niets zeg­gen, want hij heeft de schat­ting aan­vaard.

Zo’n schat­ting is ui­ter­aard niet gra­tis. Er een prijs op plak­ken is moei­lijk, want ie­de­re schat­ter han­teert zijn eigen ta­rie­ven. Die schom­me­len tus­sen 0,3 en 2 pro­cent van de ge­schat­te waar­de. Voor een wo­ning van 250.000 euro komt dat dus op 750 tot 5.000 euro. Bo­ven­dien kan de pro­ce­du­re de aan­gif­te van de na­la­ten­schap ver­tra­gen. Na een over­lij­den hebt u vier maan­den de tijd, en dan moet de aan­gif­te klaar zijn. ‘Maar als u uit­stel vraagt aan de fis­cus van­we­ge zo’n voor­af­gaan­de schat­ting, dan zal hij dat al­tijd aan­vaar­den’, weet Maar­ten Duyt­schae­ver.

Vast­goed­be­leg­ging

Wat als u be­sluit om het huis niet met­een te ver­ko­pen? U gaat er zelf wonen, of houdt het als een be­leg­ging een poos bij. Na het in­die­nen van de aan­gif­te van de na­la­ten­schap – en dus níét na het over­lij­den – heeft de fis­cus twee jaar de tijd om te re­a­ge­ren. Als u om welke reden dan ook zes maan­den uit­stel krijgt voor de aan­gif­te, wordt de ter­mijn van de fis­cus ook met zes maan­den ver­lengd. Want die ter­mijn start pas na de in­die­ning van de aan­gif­te, en niet na het over­lij­den van de erf­la­ter.

Stel dat u een huis erft op 1 maart 2011. U schat dat het 150.000 euro waard is en dient in juni 2011 de aan­gif­te van de na­la­ten­schap in. Kunt u die wo­ning dan in juli 2013 ver­ko­pen voor 300.000 euro, zon­der boete en zon­der extra er­fe­nis­rech­ten? In prin­ci­pe zou dat kun­nen. Maar de fis­cus heeft ook twee jaar de tijd om een waar­de­schat­ting te be­twis­ten – zon­der dat u het huis de­fi­ni­tief ver­koopt. En voor die ‘te­kort­schat­ting’ moet u ook extra er­fe­nis­rech­ten en een boete be­ta­len. Bo­ven­dien zal de fis­cus snel­ler in actie schie­ten als hij ver­moedt dat er hoge suc­ces­sie­rech­ten mee­spe­len.

Uw truc­je kan dus slecht uit­draai­en. Maar wat als u uw schat­ting wél in alle eer­lijk­heid maak­te? ‘In de prak­tijk ge­beurt de waar­de­ring van vast­goed door de no­ta­ris en zit hij re­de­lijk dicht bij de wer­ke­lij­ke prijs’, weet no­ta­ris Maar­ten Duyt­schae­ver. ‘Maar erf­ge­na­men van dos­siers met veel on­roe­rend goed, die ze­ker­heid wil­len, kun­nen in­der­daad beter een be­roep doen op een pro­ce­du­re van voor­af­gaan­de schat­ting.’

Te veel be­taald?

Tot slot, wat als u het huis van uw moe­der voor 250.000 euro waar­deert in de aan­gif­te van de na­la­ten­schap en op dat be­drag suc­ces­sie­rech­ten be­taalt – en het huis een half jaar later voor 200.000 euro ver­koopt? He­laas. ‘Dan hebt u pech’, vreest no­ta­ris Duyt­schae­ver. ‘U hebt dan te veel suc­ces­sie­rech­ten be­taald. En daar krijgt u niets van terug.’ Ar­gu­men­te­ren dat de vast­goed­markt niet sta­biel is, helpt niet. Er is geen en­ke­le mo­ge­lijk­heid om be­roep aan te te­ke­nen tegen die be­slis­sing.

Bron: Netto

BRUSSEL – De Vlaamse regering verzekert dinsdag dat wie nu al van een hypothecaire aftrek geniet, die niet zal verliezen wanneer de bevoegdheid naar de gewesten overgaat.

“De Vlaamse regering verzekert dat, zoals bij de vorige staatshervormingen, de lopende engagementen door haar zullen nagekomen worden”, beklemtonen minister-president Kris Peeters (CD&V), minister van Wonen Freya Van den Bossche (sp.a) en minister van Begroting Philippe Muyters (N-VA).

Volgend jaar wordt de bevoegdheid over de hypothecaire aftrek overgedragen aan de gewesten. In een advies aan de Vlaamse regering pleit de Woonraad nu voor een grondige afbouw van het systeem, ook voor de lopende leningen.

Vorig jaar beloofde de Vlaamse regering echter al niet te zullen raken aan die aftrek voor bestaande woonkredieten. Minister Van den Bossche benadrukt nu dat daar intussen niets aan veranderd is. “De Vlaamse regering zal niet terugkomen op gemaakte engagementen”, verzekert ze. “Het is onnodig dat mensen zich zorgen maken.”

Ook Peeters en Muyters betreuren de ongerustheid. Ze herinneren eraan dat de Vlaamse regering “de woningbouw en vernieuwbouw fiscaal wenst te blijven ondersteunen, met haar bevoegdheden inzake belastingverminderingen en -kredieten”.

Het advies van de Woonraad “is een advies van deze raad op eigen initiatief en bindt op geen enkele wijze de Vlaamse regering”, onderstrepen de ministers nog.

Hoe Vlaanderen zal omgaan met nieuwe hypothecaire leningen, ligt voorlopig nog open. “Dat zal afhangen van het compromis dat daarover bereikt wordt binnen de regering”, klinkt het nog. Of de bevoegdheid deze legislatuur nog naar Vlaanderen zal overkomen, is bovendien nog maar de vraag.

Bron: De Standaard

...34567...