De ene week bij mama, de andere week bij papa: co-ouderschap kan de ontwikkeling van onze allerkleinsten schaden, zo alarmeren kinderpsychiaters en -psychologen. “Sinds de weekregeling de norm is, zien we meer kinderen exploderen en imploderen”, zegt psychotherapeute Lut Celie.

Een vader die een weekregeling eist voor zijn baby die nog borstvoeding krijgt. Kinderen die de ene week naar de ene psycholoog gaan, en de volgende week naar de andere. “Gescheiden ouders die op voet van oorlog leven, drijven het ver”, vertelt Lut Celie, therapeute in psychotherapiecentrum De Bleekweide. “Ze steken massa’s energie in hun gevecht om het co-ouderschap. Energie die ze beter in het ouderschap zouden stoppen. Het kind wordt een pion, als inzet in de strijd om de ander schaakmat te zetten.”

Als gescheiden ouders niet tot een akkoord komen, dan is het de rechter die over de verblijfsregeling van de kinderen beslist. Sinds 2006 kijkt die vooral naar co-ouderschap, met een gelijkmatig verdeeld verblijf. Experts doen nu een oproep om die wet aan te passen. Want de ene week onder moeders paraplu en de volgende week onder papa’s vleugels kan de ontwikkeling schaden, waarschuwen zij. En dat allemaal omdat we één vraag over het hoofd ziet: kan het kind dit wel aan?

Opkroppen
“Een weekregeling is wel prettig voor de ouders zelf, maar het vraagt ontzettend veel van de allerkleinsten”, vindt Hilde Seys, kinderpsychologe in het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk en bestuurslid van de World Association for Infant Mental Health. “Hoelang is vijf dagen? Wat betekent ‘nog vier nachtjes slapen’? Daar hebben kinderen onder de zes jaar geen flauw idee van. Dat begrip van weken en weekends is er nog niet. Bovendien houden ze van ritme. Die voortdurende switch van ouder kan belastend zijn. De allerjongsten reageren vooral lichamelijk op die spanning: ze eten en verteren moeilijk, slapen slechter in en door, vertonen meer verlatingsangst, gaan voorzichtiger op verkenning. Je hebt baby’s die hun vuistjes ballen en zich dreigen af te sluiten van de wereld, terwijl ze die net moeten ontdekken.”

Veel ouders verliezen het belang van hun kind uit het oog, pikt de Antwerpse jeugdrechter Christian Denoyelle in. “Wij zien natuurlijk alleen de ouders die het niet met elkaar eens raken. Alvorens we dan het co-ouderschap opleggen, streven we toch naar familiale bemiddeling, zodat ze zelf kunnen overleggen. Want ook dat is belangrijk voor het welzijn van het kind: dat het geruzie vermindert, dat mama en papa tot een consensus komen. Maar soms denk je: laat de ouders maar eens iedere week verhuizen, terwijl het kind in dezelfde woning blijft. Dan zouden ze eens zien hoe lastig het is.”

Gaat de woede tussen de co-ouders niet liggen, stuur ze dan verplicht op coaching of therapie, gaat Lut Celie nog een stapje verder. “Verplicht hen om hun ouderschap opnieuw op te nemen, ook als het partnerschap mislukt is. Maak duidelijk: oké, jullie zijn kwaad op mekaar, maar jullie blijven wel ouder. Stop die schizofrene situatie voor de kinderen. Zij moeten terug naar een veilige haven, ook al is het een nest op twee plaatsen.”

Sinds de wet van 2006, die het co-ouderschap promoot, ziet ze meer “signaalkinderen” dan ooit, gaat Celie verder. “Kinderen die exploderen of net imploderen. Sommigen hebben woedeaanvallen, anderen keren zich helemaal in zichzelf. Hun hoofd zit vol: ze kroppen van alles op, passen zich aan, maar kunnen zich niet uiten.”

Flexibel
Als nochtans íéts moet primeren, dan wel de zorg voor het kind, beaamt psychiater Dirk De Wachter (KU Leuven), gespecialiseerd in gezinstherapie. “Nu relaties zo fluïde worden, moeten we ook verplicht beginnen nadenken over hoe we het ouderschap aanpakken. Nu zijn er ‘signaalkinderen’. Maar vroeger werden die signalen misschien niet eens opgemerkt, omdat de ouders getrouwd waren en geen problemen zagen.”

Co-ouderschap is volgens De Wachter een zegen noch een vloek. “Wel moet de regeling flexibel zijn, met grote inspraak van de kinderen zelf.”

Iets waar ook de World Association for Infant Mental Health achter staat: een regeling op maat van het kind, met herevaluatie. “Nu blijft de verblijfsregeling dikwijls bij het oude omdat ze zekerheid geeft voor de ouders”, vertelt Hilde Seys. “Ouders gaan er ook van uit dat het een vorm van zekerheid is voor hun kind. Maar voor het zesde levensjaar ontwikkelt dat kind enorm. Dat is een bijzonder gevoelige periode waarin heel veel mis kan lopen. Al moeten we positief blijven: kinderen hebben in deze periode ook een enorm herstelvermogen. Voor ons, hulpverleners, is dat cruciaal.”

Bron: Belga

Vanaf 5 maart 2014 wordt het opletten geblazen voor mensen met een levensverzekering met kapitaal bij overlijden. Via een “begunstigingsclausule” hebt u de mogelijkheid om de begunstigde van uw verzekering te kiezen. Vaak gebruiken mensen standaard termen zoals “de nalatenschap” of “wettige erfgenamen”. Maakt het enig verschil uit?

Ja! In de vroegere regeling was de levensverzekering een overeenkomst waarin bijvoorbeeld de wettelijke erfgenamen konden worden begunstigd. Onder wettige erfgenamen vallen uw kinderen, de langstlevende echtgenoot/wettelijke samenwonende partner, bij gebreke daarvan de broers/zussen en de ouders, bij gebreke daarvan de ooms/tantes, neven/nichten… Deze regeling werkt met een systeem van evenredige verdeling. Er wordt geen rekening gehouden met testamentaire erfgenamen.

Indien u echter in de begunstigingsclausule “de nalatenschap” vermeldde dan werden de regels van het erfrecht gevolgd. Dit betekent concreet dat de levensverzekering in de hele nalatenschap kwam, met voorrang voor de testamentaire begunstigde indien er een testament opgesteld was.

Vanaf 5 maart 2014 komt het kapitaal van de levensverzekering automatisch in de nalatenschap terecht, ook bij de vermelding van “wettige erfgenamen” als begunstigde. Indien u werkelijk en exclusief het kapitaal voor uw wettige erfgenamen wilt houden moet u dit expliciet vermelden bv. onder de vorm: “wettelijke erfgenamen van de verzekeringsnemer zoals van toepassing vóór de wet van 13 januari 2012”. U moet dus extra voorzichtig zijn bij de aanwijzing in de begunstigingsclausule. Door het nieuw systeem wordt er immers rekening gehouden met de testamentaire erfgenaam, tenzij de verzekerde duidelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij dit niet wenst.
LET OP: de wettelijke samenwonende heeft een beperkt erfrecht (enkel vruchtgebruik op de woning en huisraad) en zal dus niet tot de begunstigde van een levensverzekering behoren. In dit geval is een testament opstellen aangewezen.

Opgelet: voor de contracten afgesloten vanaf 5 maart 2012 was deze regeling reeds van toepassing.

Vlaanderen
De benadeling van stief- en zorgkinderen bij schenkingen is nu verleden tijd. De stiefkinderen die al meer dan een jaar bij de schenker inwonen, kunnen nu ook genieten van de gunstige schenkingstarieven, net zoals de natuurlijke kinderen in rechte lijn.

Goed nieuws voor de liefhebbers van duolegaten. Overweegt u om te schenken of na te laten aan een VZW? Vanaf januari geldt er geen onderscheid meer tussen publieke en private VZW’s. Er geldt een schenkingstarief van 5,5% en een tarief van 8,5% voor successierechten.

U wilt goederen schenken aan uw (klein)kind? Weet dat u sinds dit jaar geen successierechten meer verschuldigd bent indien uw (klein)kind kinderloos voor u overlijdt. De goederen keren vrij van successierechten terug.

Indien u van plan bent om bouwgrond te schenken is het motto nog steeds “liever vroeg dan laat”. Het gunstig tarief geldt tot 31 december 2014.

Volledigheidshalve vermelden wij de wetswijziging in verband met levensverzekeringen. Bekijk hoe u de begunstigde van uw levensverzekering hebt aangeduid. De regels zijn veranderd en dit kan roet in het eten strooien voor uw wettelijke erfgenamen.

De Wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013.

Deze Wet stelt een wettelijk kader vast voor de toegang tot financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen. In dit verband worden een aantal knelpunten vastgesteld.   Deze wet beoogt voor enkele van deze knelpunten een oplossing te bieden waarbij volgende doelstellingen worden nagestreefd:

- het creëren van voldoende transparantie met betrekking tot het kredietaanbod in de precontractuele fase zodat de onderneming met voldoende kennis van zaken een bewuste keuze kan maken en de contractuele voorwaarden bij diverse kredietgevers kan vergelijken;

- het evenwichtiger maken van de contractuele relatie tussen kredietgever en onderneming.

Toepassingsgebied
Deze Wet is van toepassing op de kredietovereenkomsten gesloten met een onderneming die in de Europese Economische Ruimte haar vestiging of maatschappelijke zetel heeft.

Kort overzicht van de bepalingen van de Wet
De Wet voorziet in:

- een zorgvuldigheidsplicht in hoofde van de betrokkenen (art.4).

- een informatieplicht in hoofde van de onderneming en, in voorkomend geval de persoon die een persoonlijke zekerheid stelt, teneinde de haalbaarheid van het beoogde project waarvoor het krediet worden gevraagd, hun financiële toestand, hun terugbetalingsmogelijkheden en hun lopende financiële verbintenissen te beoordelen (art.5).

- de verplichting voor de kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, het best aangepaste krediet te zoeken (art.6). Voor wat betreft de sancties in geval van schending van artikel 9 wordt verwezen naar artikel 11.

- een schriftelijke toelichtingsplicht in hoofde van de kredietgever en in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar. Deze toelichting moet een minimaal aantal elementen omvatten (art.7, §1).

- de kosteloze overhandiging van een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst (art.7, §2). – de verplichting, indien een krediet wordt geweigerd, tot mededeling aan de onderneming van de belangrijkste elementen waarop deze weigering is gebaseerd of die de risico-inschatting hebben beïnvloed (art.8).

- de redactie van een gedragscode door de representatieve werkgeversorganisaties die de belangen van de K.M.O.’s behartigen en de representatieve organisatie van de kredietsector binnen de drie maanden na publicatie van de wet in het BS.  Deze gedragscode moet een aantal specifieke elementen omvatten (art.10.)

- de kwalificatie van bepaalde bedingen en voorwaarden of combinaties van bedingen en voorwaarden als onrechtmatig. Een onrechtmatig beding is verboden en nietig (art.13).

Artikel 9 van de Wet voorziet in bijzondere bepalingen inzake de vervroegde terugbetaling, meer bepaald inzake de voorwaarden die aan een dergelijke terugbetaling kunnen worden verbonden, zoals de mogelijkheid tot het eisen van een wederbeleggingsvergoeding en de modaliteiten hiervan. Voor wat betreft de sancties in geval van schending van artikel 9 wordt verwezen naar artikel 12.

Art. 9. § 1. De onderneming heeft te allen tijde het recht om geheel of gedeeltelijk het verschuldigd kapitaalsaldo vervroegd terug te betalen, zonder dat dit recht, met uitzondering van de wederbeleggingsvergoeding als bepaald in § 2, afhankelijk kan worden gemaakt van het vervullen van bijkomende voorwaarden.

Hij brengt de kredietgever ten minste tien werkdagen voor de terugbetaling bij ter post aangetekende brief van zijn voornemen op de hoogte.

§ 2. In het geval het krediet niet gekwalificeerd kan worden als een lening op interest als bedoeld in artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek, bedraagt de wederbeleggingsvergoeding, indien deze is bedongen, maximaal zes maanden interest, berekend over de terugbetaalde som en naar de in de overeenkomst bepaalde rentevoet, voor ondernemingskredieten waarvan het oorspronkelijke kredietbedrag hoogstens 1 miljoen euro bedraagt.

Voor ondernemingskredieten waarvan het kredietbedrag meer dan 1 miljoen euro bedraagt wordt, onverminderd artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek, de hoogte van de wederbeleggingsvergoeding contractueel vastgesteld tussen kredietgever en onderneming, met dien verstande dat deze in overeenstemming moet zijn met de berekeningsmodaliteiten hieromtrent vastgesteld in de gedragscode als bedoeld in artikel 10.

§ 3. Geen enkele vergoeding is verschuldigd in geval van : vervroegde terugbetaling in uitvoering van een verzekeringsovereenkomst die contractueel de terugbetaling van het krediet waarborgt, de hergroepering van bestaande kredieten bij dezelfde kredietgever of de niet-substantiële wijziging van de kredietovereenkomst.

Inwerkingtreding (art.16)
De Wet is van toepassing op de kredietovereenkomsten die worden gesloten vanaf de datum van haar inwerkingtreding.

Deze Wet treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad en dus op 10 januari 2014, behoudens de artikelen 5, 6, 7, 8, en 11 die in werking treden op de datum door de Koning bepaald en uiterlijk de eerste dag van de derde maand volgend op de datum van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Bij arrest nr. 144/2013 van 7 november 2013 heeft het Grondwettelijk Hof de bepalingen betreffende “Wonen in eigen streek” echter vernietigd.  Bij de huidige verkoop van de nieuwe woning gelegen in één van de doelgemeenten moet het oordeel van de provinciale beoordelingscommissie niet meer gevraagd worden.

1. In overeenstemming met artikel 9, § 1 Bijzondere Wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof (BS 7 januari 1989) hebben de vernietigingsarresten van het Grondwettelijk Hof een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Deze arresten hebben aldus een gezag van gewijsde erga omnes, wat impliceert dat niet enkel de procespartijen, maar ook alle rechtscolleges, burgers en overheden die belast zijn met de uitvoering en de toepassing van de bestreden norm, gebonden zijn door het vernietigingsarrest.

Het absoluut gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest geldt in principe pas vanaf de publicatie in het Staatsblad, en niet vanaf de uitspraak. De stelling dat het vernietigingsarrest een dergelijk gezag niet zou hebben in de periode tussen de uitspraak en de bekendmaking in het Staatsblad, valt echter moeilijk te verdedigen. Het zou ertoe leiden dat in die tussenperiode de vernietigde norm nog gevolgen zou kunnen sorteren. Beslissingen genomen in de tussenperiode op basis van de vernietigde norm zouden echter vanaf de publicatie van het arrest in het Belgisch Staatsblad met een nietigheid behept zijn.

2. De vernietiging werkt daarenboven ex tunc, ze werkt m.a.w. terug tot op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bestreden norm, aangezien de ongrondwettigheid beschouwd wordt als een gebrek dat aan de norm kleeft vanaf zijn oorsprong. De vernietigde regel wordt geacht nooit te hebben bestaan.

3. Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest nr. 144/2013 van 7 november 2013 inderdaad Boek 5 dat de regeling inzake “Wonen in Eigen Streek” bevat, vernietigd. Het desbetreffende arrest werd echter op heden nog niet in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Rekening houdende met hetgeen wij hoger hebben uiteengezet omtrent het absoluut gezag van gewijsde verbonden aan een vernietigingsarrest in de periode tussen de uitspraak en de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad zijn wij de mening toegedaan dat de regels betreffende “Wonen in Eigen Streek” niet meer dienen toegepast te worden voor verkoopovereenkomsten afgesloten na 7 november 2013 ook al werd het arrest nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De potentiële koper dient dan ook geen band meer met de gemeente aan te tonen zodat ook het advies van de provinciale beoordelingscommissie niet meer gevraagd moet worden.

Vanaf 24 januari wordt er in Vlaanderen een vrijstelling ingevoerd van successierechten of van het recht van overgang bij overlijden op de waarde van de zaken die ascendenten verkrijgen ingevolge wettelijke terugkeer – BS 14/01/2014, blz. 1543

De waarde van de zaken die ascendenten verkrijgen uit de nalatenschap van een erflater zijn vanaf 24 januari 2014 vrijgesteld indien cumulatief aan de 3 volgende grondvoorwaarden is voldaan :

•De zaken werden door die ascendenten onder levenden geschonken aan de erflater voor diens overlijden
•De zaken bevinden zich nog in natura in de nalatenschap of hiervoor is, indien ze werden vervreemd, nog een schuldvordering aanwezig in de nalatenschap
•De erflater is zonder nakomelingen gestorven.
Bovendien is tevens als vormvoorwaarde vereist dat in de aangifte van nalatenschap uitdrukkelijk om de vrijstelling wordt verzocht.

De vrijstelling geldt zowel voor de Vlaamse successierechten als voor het Vlaamse recht van overgang bij overlijden m.b.t. alle activa die ingevolge de wettelijke terugkeer aan de Vlaamse rechten zijn onderworpen. De goederen moeten zich dus niet noodzakelijk in het Vlaamse Gewest of zelfs in België bevinden.

In de titel van het decreet is sprake van de “wettelijke terugkeer” en in het oorspronkelijke voorstel van decreet werd in het nieuwe art. 55quinquies uitdrukkelijk verwezen naar art. 747 BW. In de uiteindelijke tekst is dat niet meer het geval zodat de ingevoerde vrijstelling niet noodzakelijk gekoppeld is aan de burgerrechtelijke wettelijke terugkeer voorzien in artikel 747 BW.

De wet van 15 januari 2014 houdende diverse bepalingen inzake K.M.O.’s werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 februari 2014.

Hoofdstuk 3 van deze wet (art. 11-14) voorziet in een verbetering van de BVBA Starter en wijzigt een aantal bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

Aldus wordt de voorwaarde dat een S-BVBA maximum vijf voltijdse werknemers in dienst mag hebben afgeschaft (art. 211bis W.Venn.).

Ook de beperking in de tijd, volgens dewelke een S-BVBA ten laatste na vijf jaar een gewone BVBA moet worden, wordt afgeschaft. De vennootschap kan zodoende onbeperkt blijven genieten van het statuut van de S-BVBA, ook na vijf jaar (art. 213, §3, 214, §2 en 333, lid 2 W.Venn.).

Deze wijzigingen treden in werking de tiende dag na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, hetzij op 13 februari 2014.

Vanaf 17 januari 2014 geldt een gelijkstelling voor schenkingen tussen stiefouders en stiefkinderen, tussen een samenwonende en het kind van zijn/haar samenwonende partner, tussen zorgouders en zorgkinderen en tussen ex-echtgenoten of ex-samenwonenden met gemeenschappelijke kinderen.

*   Gelijkstelling van een schenking tussen ouders en stiefkinderen en tussen een samenwonende en het kind van zijn/haar samenwonende partner met een schenking in rechte lijn.

Voor de toepassing van de schenkingsrechten, wordt gelijkgesteld met een schenking in rechte lijn

  • De schenking tussen een stiefouder en een stiefkind
  • De schenking tussen een kind van een persoon die met de schenker samenwoont of, indien de ouder van het kind is vooroverleden, samenwoonde op het ogenblik van dat overlijden.  Zowel de wettelijke samenwoning als de feitelijke samenwoning van 1 jaar vallen hieronder (cf. definitie art. 132/1 W.Reg. – Vlaams Gewest).

*   Gelijkstelling van een schenking tussen uit de echt gescheiden of van tafel en bed gescheiden personen en een schenking tussen ex-samenwonenden met een schenking tussen echtgenoten of samenwonenden indien er gemeenschappelijke afstammelingen zijn.

Ook hier worden zowel de wettelijk samenwonenden als de feitelijk samenwonenden die gedurende minstens 1 jaar hebben samengewoond (cf. definitie art. 132/1 W.Reg. – Vlaams Gewest) bedoeld.

In tegenstelling tot wat geldt inzake successierechten (art. 50, 2e lid W.Succ. – Vlaamse Gewest), is inzake schenkingsrechten niet uitdrukkelijk voorzien dat de ex-samenwonenden het bewijs moeten leveren dat ze hebben samengewoond.

*   Gelijkstelling van een schenking tussen een zorgouder en zorgkind met een schenking in rechte lijn.

De relatie zorgouder en zorgkind wordt voor de toepassing van deze bepaling geacht te bestaan of bestaan te hebben wanneer iemand, vóór de leeftijd van 21 jaar, gedurende 3 achtereenvolgende jaren bij een andere persoon heeft ingewoond en gedurende die tijd hoofdzakelijk van die andere persoon of van deze en zijn levenspartner samen, de hulp en verzorging heeft geregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen.  De gelijkstelling geldt dus ook indien de relatie zorgouder-zorgkind op het ogenblik van schenking niet langer bestaat.

De inschrijving van het zorgkind in het bevolkings- of het vreemdelingenregister op het adres van de zorgouder geldt als weerlegbaar vermoeden van inwoning bij de zorgouder.  Het tegenbewijs kan dus zowel door de Administratie als door de partijen geleverd worden.

Het nieuwe artikel 132.3 treedt in werking op 17 januari 2014.

Schenkingen die gebeuren voor een Belgische notaris kunnen dus genieten van de vrijstelling indien de notariële akte wordt verleden na 16 januari 2014.

Schenkingen die niet verplicht registreerbaar zijn (bijv. handgiften, indirecte schenkingen, schenkingen voor een buitenlandse notaris) en die in het verleden hebben plaatsgevonden, zullen van de gelijkstelling kunnen genieten indien ze na 16 januari 2014 ter registratie worden aangeboden.  In deze hypothese mag niet vergeten worden dat de waarde van de geschonken goederen, de fiscale woonplaats van de schenker en de verwantschapsgraad moet beoordeeld worden op het ogenblik dat de registratierechten opeisbaar worden, dus op het ogenblik van spontane aanbieding ter registratie

De voorstellen zorgen er onder meer voor dat stief- en zorgkinderen hetzelfde tarief genieten als natuurlijke kinderen voor schenkingen in rechte lijn (met name 3 procent).

Ouders en grootouders zullen voortaan ook geen tweede keer belastingen moeten betalen wanneer hun kinderen overlijden en die nog geen erfgenamen hebben. Nu is het vaak zo dat ouders een schenking aan hun kinderen doen. Maar wanneer die kinderen kinderloos overlijden vóór hun ouders, keert die schenking terug en moet de ouders daar weer successierechten op betalen (3 tot 9 procent). Die terugkeer wordt nu vrijgesteld.

Tot slot worden de successierechten op legaten (schenking na overlijden) aan privaatrechtelijke goede doelen (nu 8,8 procent – bijvoorbeeld de Damiaanactie) en op publiekrechtelijke (nu 6,6 procent – bijvoorbeeld een gemeente of een OCMW) op een uniform tarief gebracht van 8,5 procent. Voor schenkingen bij leven wordt het tarief verlaagd naar 5,5 procent.

Wilt u een woning of bouwgrond kopen? Of u gaat voor meer dan 9 jaar huren? Dan moet u verplicht informatie krijgen over het risico op overstromingen.

Overstroomde beken en rivieren, straten die blank staan, ondergelopen kelders, … De jaarlijks weerkerende beelden zorgen voor de nodige ellende en schade. Niet bepaald een fijn vooruitzicht voor wie in zo’n zone overweegt te kopen of te huren. Om onaangename verrassingen te vermijden moeten potentiële kopers en huurders voor meer dan negen jaar voortaan verplicht geïnformeerd worden over het risico op wateroverlast voor dat specifieke perceel.

Die nieuwe informatieplicht verscheen deze week in het Belgisch Staatsblad en treedt op 11 oktober in Vlaanderen in werking. ‘Tot nu toe waren de vastgoedmakelaars deontologisch al verplicht te melden of en wanneer een pand in overstromingsgevoelig gebied ligt, maar nu is dat ook wettelijk verankerd’, zegt Dajo Hermans, woordvoerder van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV).

Waarom is die informatie belangrijk? Wie wil kopen of huren zal wellicht twee keer nadenken als hij weet dat het perceel in een overstromingsgevoelig gebied ligt. Bovendien gelden op die kavels vaak specifieke bouwverplichtingen en -beperkingen. Zo kan het verboden zijn een ondergrondse garage te bouwen of verplicht worden om uw vloeren op een overstromingsvrije hoogte aan te leggen. In sommige gevallen kan een bouwaanvraag zelfs geweigerd worden.

40.000 woningen

Wat houdt de nieuwe informatieplicht in? Niet enkel professionelen zoals vastgoedmakelaars en notarissen, maar ook particuliere verkopers of verhuurders moeten u informeren of de kavel geheel of gedeeltelijk in een overstromingsgevoelig gebied ligt. Die verplichting is er niet enkel voor woningen, maar ook voor alle bouwgronden, weilanden, bossen, … ‘In Vlaanderen liggen ruim 40.000 woningen in overstromingsgevoelig gebied. Daarvan hebben 5.000 tot 10.000 woningen vaak met overstromingen te maken’, zegt Hermans. Het risico op een overstroming is niet overal even groot. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

• Effectief overstromingsgevoelig gebied:Die gebieden liepen recentelijk nog onder water. Of modellen geven aan dat het om de 100 jaar of frequenter overstroomt.

• Mogelijk overstromingsgevoelig gebied: In deze zones zijn er in het recente verleden geen overstromingen geweest en zijn er dan ook geen frequente overstromingen te verwachten. Enkel bij extreme weersomstandigheden of bij een defect aan de waterkering (zoals een dijkbreuk) overstromen deze gebieden.

• Afgebakend gebied: Enkele zones zijn afgebakende overstromingsgebieden of afgebakende oeverzones. Meestal liggen in die zones geen bouwgronden, maar gaat het om zogenaamde zachte bestemmingen.

Let wel, deze zones stemmen niet overeen met de ‘risicozones voor overstromingen’. Die bakende de federale regering af in het kader van de natuurrampenverzekering. Die risicozones zijn beperkter in omvang dan de overstromingsgevoelige gebieden en zijn plaatsen waar de kans op overstromingen zeer reëel is. Woont u in zo’n risicozone? U zult een hogere verzekeringspremie betalen. Als u na 23 september 2008 in zo’n risicozone bouwde, mag de verzekeraar zelfs een polis voor waterschade weigeren.

Wilt u zelf uitzoeken of uw perceel in een overstromingsgevoelig gebied of in een risicozone voor overstromingen ligt? Consulteer de kaarten op www.watertoets.be.

In publiciteit en akte

‘Belangrijk en nieuw is dat het nieuwe O-peil vanaf 11 oktober in de publiciteit voor de verkoop of verhuur moet worden vermeld’, zegt Hermans. Enkel als de kavel niet in een gevarenzone is gelegen, moet er helemaal niets vermeld worden.

De ligging in een overstromingsgevoelig gebied of afgebakende zone moet aangegeven zijn in advertenties op websites, in kranten, tijdschriften en folders, nieuwsbrieven en mailings. Er moet ook een indicatie zijn op de affiches voor een openbare verkoop en aankondigingen in de etalages van makelaars. Naargelang het type publiciteit moet de term voluit geschreven zijn, volstaat het symbool voor overstromingsgevoelig gebied of moeten beide vermeld zijn. Enkel op kleine panelen aan de woning of de kleine raamaffiches ‘te koop’ of ‘te huur’ aan de woning is geen vermelding vereist. Eveneens nieuw is dat de overstromingsgevoeligheid verplicht vermeld moet worden in zowel het compromis als in de verkoopakte.

...23456...