De Belgische gezinnen hadden tijdens het tweede kwartaal evenveel schulden als hun jaarinkomen na belastingen. Daarmee is de schuldgraad van de Belgische bevolking tot een absoluut recordniveau gestegen. Dat heeft de krant De Tijd gemeld. Tien jaar geleden bedroeg de schuld slechts 71 procent van het inkomen.

Voor het fenomeen worden twee belangrijke redenen naar voor geschoven. In eerste instantie wordt gewezen op de dalende rentelasten, waardoor de gezinnen zich een grotere leninglast kunnen veroorloven. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de hogere vastgoedprijzen, waardoor de meeste kopers van een woning ook grotere leningen moeten afsluiten.

Hypothecaire kredieten vertegenwoordigen 81 procent van het geleende kapitaal. Ook wordt opgemerkt dat op het gebied van schulden een tegengestelde evolutie kan worden opgetekend tussen het nationale en het Europese niveau. In de eurozone blijkt de schuldgraad immers te dalen. Daardoor is de schuldenlast in België sinds kort hoger geworden dan het Europese gemiddelde.

Ook wordt gemeld dat een steeds grotere groep Belgische gezinnen er niet meer in lukt zijn financiële verplichtingen na te komen. Inmiddels zouden ruim 356.000 consumenten met een betalingsachterstand op minstens één krediet worden geconfronteerd. In totaal is de betalingsachterstand opgelopen tot 3,1 miljard euro.

Wanbetalingen

Door die financiële problemen hebben inmiddels meer dan 98.000 Belgen een collectieve schuldenregeling. Dat betekent bijna een verdubbeling tegenover negen jaar geleden.

Er wordt wel opgemerkt dat de toenemende schuld van de Belgische huishoudens geen direct gevaar oplevert voor de gezondheid van de banken en de hele economie. De wanbetalingen blijven met 1,7 procent relatief laag in verhouding tot de hypothecaire schuld.

Tevens wordt erop gewezen dat de waarde van het spaargeld en de beleggingen van de gezinnen een veel hoger niveau laten optekenen dan de schulden.

In verhouding tot het bruto binnenlands product is het netto financieel vermogen – het verschil tussen de activa en de schulden – nergens zo hoog als in België. Daarbij wordt wel opgemerkt dat bezittingen en schulden wel ongelijk zijn verdeeld.

Bron: Express

Een veel gebruikte techniek in de successieplanning is de verzekeringsgift. Maar uit een nieuw standpunt van de Vlaamse Belastingdienst blijkt dat via die werkwijze niet langer erfbelasting vermeden kan worden.

Een verzekeringsgift is een manier om bijvoorbeeld aan uw kinderen een kapitaal toe te stoppen op het moment dat u overlijdt. Daarbij worden doorgaans de populaire beleggingsverzekeringen tak21 (vastrentende verzekeringen) en tak23 (gekoppeld aan een fonds) gebruikt. Tot nu toe kon dat zonder erfbelasting te betalen op het uitgekeerde kapitaal, maar een nieuw standpunt van de Vlaamse Belastingdienst brengt daar verandering in.

Hoe werkt het? Bijvoorbeeld: een vader sluit een levensverzekering af, waarin is bepaald dat bij diens overlijden zijn zoon een bepaald bedrag krijgt uitgekeerd.

Het is niet duidelijk of de beslissing ook de schenkingen uit het verleden viseert.

De zoon moet daarop erfbelasting betalen, omdat het een ‘beding ten behoeve van een derde is’. Maar die erfbelasting kan in de praktijk vermeden worden door een schenking van de rechten als verzekeringnemer: in ons voorbeeld krijgt de zoon het recht tot afkoop, aanduiding van een begunstigde,… De vader blijft wel het verzekerd hoofd, waardoor er maar een uitkering komt bij zijn overlijden.

Omdat alle rechten van de verzekeringnemer worden overgedragen, is het contract geen beding ten behoeve van een derde meer, maar wel ten behoeve van de zoon zelf. Om die reden moest in het verleden geen erfbelasting worden betaald op de uitkering van het verzekerde kapitaal.

Wel moet op een dergelijke schenking in het Vlaamse Gewest schenkbelasting betaald worden. Die wordt berekend op de afkoopwaarde van de polis op datum van de schenking en bedraagt 3 procent voor een schenking aan (klein)kinderen (rechte lijn) en 7 procent in andere gevallen.

Door de nieuwe interpretatie moet op de volledige betaling door de verzekeraar bij overlijden erfbelasting betaald worden.

‘Tot nu toe was er noch in de rechtspraak noch in de rechtsleer discussie over het feit dat geen erfbelasting betaald moet worden op de latere uitkering van een kapitaal of rente bij het overlijden van de vader’, zegt Bart Verdickt, advocaat bij Cazimir. Maar op 29 oktober publiceerde de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) onverwacht een nieuw standpunt ingenomen op 12 oktober.

Door de nieuwe interpretatie moet op de volledige betaling door de verzekeraar bij overlijden erfbelasting betaald worden. ‘Het is niet duidelijk of de beslissing ook de schenkingen uit het verleden viseert. Als dat wel het geval zal zijn, dan zou dat bijzonder onbillijk zijn voor wie in het verleden een schenking deed’, zegt Wim Vetters, advocaat bij Eubelius.

Zij hebben 3 procent schenkbelasting betaald op de afkoopwaarde van de polis, maar de begunstigden – veelal de kinderen- zullen nu toch nog het volle pond erfbelasting moeten betalen als de verzekeraar bij overlijden overgaat tot uitbetaling.

De Vlaamse Belastingdienst bevestigt dat het standpunt nog een leemte bevat over de toepassing in de tijd. Komende maandag is daarover overleg gepland.

Bron: Netto

Er zijn nog mogelijkheden om te ontsnappen aan de roerende voorheffing van 25 procent – vanaf 1/1/2016 wordt dit 27 procent – op de liquidatiebonus. Daartoe heeft de regering-Michel de deur wijd open gezet. Meer nog: ‘Soms betaalt u een tarief dat in geen jaren zo laag was’, zegt fiscaal advocaat Willy Huber.

Toen de regering-Di Rupo aankondigde dat ze de roerende voorheffing op de liquidatie-bonus – het bedrag dat een ondernemer zichzelf kan uitkeren als zijn vennootschap is vereffend – zou optrekken van 10 tot 25 procent stond ondernemend Vlaanderen op zijn kop. Nogal wat ondernemers hadden de winsten van hun vennootschap niet uitgekeerd, maar in hun onderneming gelaten. Zo konden ze die ‘pensioenspaarpot’ op het einde van hun carrière tegen een fiscaal voordelig tarief van 10 procent aan zichzelf uitkeren.

Alle protesten ten spijt, hield de vorige regering voet bij stuk. Daardoor is op alle uitkeringen van liquidatiedividenden sinds 1 oktober 2014 een roerende voorheffing verschuldigd van 25 in plaats van 10 procent.

Fiscale advocaten verwachten dat de roerende voorheffing op de liquidatiebonus, in het raam van de onlangs aangekondigde taxshift, zal stijgen tot 27 procent, net zoals voor andere dividenden. Maar het kabinet van de federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), laat dit nog in het midden. ‘We zullen bij de verdere technische uitwerking bekijken of ook de roerende voorheffing op de liquidatiebonus zal stijgen tot 27 procent’, klinkt het.

Als er weer een tariefverhoging volgt, zou dit betekenen dat het tarief in amper twee jaar tijd bijna verdrievoudigt: van 10 naar 27 procent. Toch geeft de federale regering ondernemers ruim de mogelijkheid hieraan te ontsnappen. Volgens advocaat Willy Huber zijn er verschillende opties.

1) Leg een liquidatiereserve aan

Boekt uw bedrijf winst en keert u de winst uit in de vorm van een dividend, dan houdt u daarvan minder dan de helft over. (Scenario 1 in de infografiek). Hetzelfde geldt als u uw bedrijf stopzet en de winst op het einde van de rit uitkeert in de vorm van een liquidatiedividend. Daarom kunt u maar beter nu al een liquidatiereserve aanleggen. ‘Deze mogelijkheid is de meest voordelige’, zegt Huber. Het systeem bestaat erin dat je de geboekte winst van bijvoorbeeld 200.000 euro in de vennootschap laat en niet uitkeert. Na de betaling van de vennootschapsbelasting rest daarvan 132.020 euro. Die winst kan je bij de vereffening belastingvrij uit de vennootschap halen op voorwaarde dat de vennootschap meteen een bijzondere heffing van 10 procent betaalt. En hier komt de kat op de koord. In feite hoeft niemand 10 procent te betalen op de winst na de vennootschapsbelasting of op 132.020 euro. Je moet het tarief van 10 procent toepassen op een lager bedrag, namelijk op 132.020: 1,1, dus op 120.018,18 euro. Dat is de eigenlijke liquidatiereserve. Daardoor zakt het feitelijke tarief op de winst tot 9,09 procent, het goedkoopste tarief in jaren’, aldus Huber. (Scenario 2 op de infografiek).

Deze uitweg staat alleen open voor kmo’s. De mogelijkheid kan maar benut worden vanaf aanslagjaar 2015. Als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar, dan kunt u ze toepassen op de winsten vanaf 2014.

Een bijkomende voorwaarde is dat u de winsten in de vennootschap laat tot aan de vereffening. Wenst u de gereserveerde winsten toch eerder uit uw bedrijf te halen, dan is er boven op de al betaalde 10 procent toch nog een roerende voorheffing verschuldigd. Die bedraagt 15 of 5 procent naargelang de reservering van de winst minder of meer dan vijf jaar geleden plaatsvond. Is het minder dan 5 jaar geleden, dan komt het totale tarief evengoed uit op 25 procent, want dan moet u 15 procent bijbetalen. Wacht u meer dan vijf jaar, dan betaalt u in het totaal 15 procent. (Zie scenario 3). ‘Maar ook dan betaalt u, mits u de juiste berekeningsbasis toepast, in plaats van 25 procent in feite slechts 22,73 procent en in plaats van 15 procent slechts 13,64 procent’, zegt Huber.

2) Bijzondere liquidatiereserve

Een tweede mogelijkheid is opgenomen in de programmawet die vorige week in de Kamer werd goedgekeurd. Deze heeft alleen betrekking op de aanslagjaren 2014 en 2013 en dus op de winsten van respectievelijk 2013 en 2012 als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar.

‘De techniek is net dezelfde als voor de aanleg van een gewone liquidatiereserve. De ondernemer hoeft niets meer te betalen bij de vereffening van de vennootschap als hij nu meteen 10 procent (in feite 9,09 procent) op de winsten van 2013 of 2012 betaalt’, vervolgt Huber. Maar om van deze mogelijkheid te genieten, moet u zich reppen. Voor winsten van het aanslagjaar 2013, moet de bijzondere heffing aangegeven én betaald zijn voor 30 november 2015. Voor winsten van aanslagjaar 2014, hebt u nog tijd tot 30 november 2016 om de bijzondere heffing te betalen.

3) Vers kapitaal in bestaande vennootschap

Dat ook dit scenario erg voordelig kan zijn, bewijst het volgende voorbeeld. Veronderstel dat u de oprichter en aandeelhouder bent van een kmo met een initieel kapitaal van 18.550 euro. U voert een kapitaalverhoging door van 166.950 euro om het te brengen op 185.500 euro. Op het eerste gezicht lijkt 166.960 euro een onoverkomelijk bedrag. Maar geen nood. U moet initieel maar een vijfde of 33.390 volstorten.

Na de kapitaalverhoging bestaat het kapitaal voor een tiende uit oud kapitaal en voor 90 procent uit nieuw kapitaal. Keert u na een paar jaar een dividend uit van 132.020 euro, dan wordt slechts een tiende belast aan 25 procent. De overige 90 procent wordt belast aan 15 procent. Op een tiende van het dividend of op 13.202 betaalt u dan 25 procent of 3.300 euro belasting. Op de overige 90 procent of op 118.818 betaalt u slechts 15 procent of 17.823 euro. Samen dus 21.123 euro, een bedrag dat veel lager is dan als u op het dividend van 132.020 euro 25 procent of 33.005 euro roerende voorheffing zou betalen.

Ook aan deze piste zijn voorwaarden verbonden. Zo moet het bedrag van de kapitaalverhoging volledig volgestort zijn op het ogenblik dat het dividend wordt uitgekeerd. De mogelijkheid bestaat alleen voor kmo’s die aandelen uitgeven op naam en waarop in geld wordt ingetekend. Belangrijk is dat het verse kapitaal enkele jaren in de vennootschap blijft.

Deze mogelijkheid is ook voor startende ondernemingen een belangrijke kans.

Bron: Tijd

De 8 miljoen euro die nu nog in het boscompensatiefonds zit voor de aanleg van bossen wordt verdeeld onder alle Vlaamse gemeenten. Dat zegt minister van Omgeving en Milieu Joke Schauvliege (CD&V) in een interview met Het Belang van Limburg.

De jongste weken was er veel te doen om het boscompensatiefonds. Daarin zit behoorlijk wat geld voor het aanplanten van nieuwe bossen. Maar dat geld wordt niet gebruikt. Het was cabaretier Wouter Deprez die de discussie op gang bracht. ‘Goedkeuring geen probleem’ Schauvliege is die discussie zat. Daarom gaat ze de 8 miljoen euro die nu nog in het fonds zit, verdelen tussen de gemeenten op basis van criteria zoals het aantal inwoners, de oppervlakte en de beschikbare ruimte om bos aan te planten.

Haar beslissing moet wel nog worden goedgekeurd door de Vlaamse regering bij de begrotingscontrole van begin volgend jaar. “Dat kan geen probleem zijn nu iedereen vindt dat het geld zo snel mogelijk moet worden gebruikt waarvoor het dient”, aldus de minister. (Belga/RR)

In Vlaanderen liggen 211.000 woningen in ‘mogelijk overstromingsgevoelig gebied’. Maar die vlag dekt de lading niet en dat kan financiële gevolgen hebben, meent Vlaams Ombudsman Bart Weekers. Hij dringt bij de overheid aan op een andere en betere terminologie. Minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) kondigt een evaluatie en mogelijke aanpassing aan.

Na de overstromingen van 2010 stuurde de Vlaamse overheid de regels bij. Bedoeling was om mensen beter te informeren of hun woning of perceel al dan niet in overstromingsgevoelig gebied lag. Een van de gevolgen was dat nogal wat woningen en percelen plots in “mogelijk overstromingsgevoelig gebied” kwamen te liggen. Voor sommige betrokkenen kwam dat als een grote verrassing.
Om te weten of de woning overstromingsgevoelig is of niet, kan je de volgende link raadplegen: http://www.vmm.be/data/watertoets-en-overstromingskaarten

België moet fors snoeien in de massa vennootschapsvormen die vandaag bestaan, zoals de naamloze vennootschap of de bvba. Er mogen nog maar vier van de achttien bedrijfsvormen overblijven, besluiten topexperts van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht.
Dat schrijven ze in een nota aan minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Die liet aan de kranten De Tijd en L’Echo weten dat hij de voorstellen van de experts onderschrijft. Hij gaat ze voorleggen aan de rest van de regering-Michel.
De experts waarschuwen dat België hopeloos achterophinkt in het moderniseren van zijn vennootschapsrecht. De jongste grondige wetswijziging dateert al van 1999 en eigenlijk worden de regels al tachtig jaar punctueel aangepast, waardoor de wet een ‘koterij’ van regels is geworden. Andere Europese landen zoals Frankrijk, Duitsland en Nederland hebben hun bedrijfsvormen wel al versoepeld. Daardoor dreigt België op termijn met lede ogen te moeten aanzien hoe ondernemingen hun activiteiten in dit land uitvoeren via buitenlandse vennootschappen.
‘Gedaan met vzw’
De experts stellen daarom voor om het aantal vennootschapsvormen te beperken tot vier: de nv, de bvba, de cvba en de ‘maatschap’. Alle beursgenoteerde en grote ondernemingen zouden een meer complexe nv moeten zijn, alle kleine en middelgrote ondernemingen een bvba, maar dan wel met veel soepeler regels. Ook het aantal ‘verenigingen’ moet drastisch verminderd worden, van zes naar één. Gedaan met de vzw, want wat in de plaats komt zou winst mogen maken, zolang het doel niet commercieel is.
(Belga/RR)

Klein beschrijf versoepeld

geplaatst door op 29 Oct 2015 in geen tag geen reacties

Bij aankoop van een bescheiden woning is een verlaagd tarief van 5% (in plaats van 10%) van toepassing in de registratiebelasting (de nieuwe benaming in Vlaanderen van de registratierechten). In de volksmond heet dat het “klein beschrijf”. Maar daarvoor moeten wel enkele voorwaarden vervuld zijn. De elementairste voorwaarde is dat het kadastraal inkomen van de woning die men wil aankopen, niet hoger is dan 745 tot 1045 euro (afhankelijk van het aantal kinderen ten laste). Maar ook belangrijk is dat men geen andere woning mag bezitten.

Verkoop andere woning: achteraf nog kans om “klein beschrijf” te vragen

Voor wie toch een andere woning bezit, is niet alles verloren. Want hij of zij krijgt de kans om die andere woning nog snel te verkopen. De termijn daarvoor bedraagt één jaar. Een groot ongemak tot nu toe was dat men daarover eigenlijk al zekerheid moest hebben op het moment van de aankoop van de woning waarvoor men het “klein beschrijf” vroeg. Als de andere woning niet op tijd verkocht geraakte, riskeerde men een boete wegens onterechte toepassing van het “klein beschrijf”, en dus was het soms veiliger om het verlaagd tarief gewoon niet te vragen.

Voor die situatie is er nu een oplossing. De mogelijkheid bestaat voortaan om het “klein beschrijf” pas aan te vragen als de andere woning verkocht geraakt is. Men krijgt daarvoor zelfs vijf jaar de tijd. De fiscus betaalt het verschil tussen het gewone en het verlaagd tarief dan terug. En een risico is er niet meer. Ook een gewone vergetelheid kan op die manier trouwens rechtgezet worden.

Samenwonenden: huis van partner is geen beletsel

Specifiek voor samenwonenden wordt het verbod op het bezit van een andere woning ook versoepeld. Tot nu toe ging het verlaagd tarief verloren van zodra één van beide kopers al een andere woning had. Dus als één partner een ander huis had, verloor de andere partner het recht op het “klein beschrijf”. Maar voortaan is de wettekst zo geformuleerd dat alleen de koper die zelf de andere woning bezit, het volle tarief betaalt. Zijn/haar partner kan nog wel het verlaagd tarief toepassen. De draagwijdte van de tekst is zo opnieuw dezelfde als in het oude Wetboek Registratierechten. Het was niet de bedoeling om inhoudelijke wijzigingen aan te brengen bij de invoeging van die artikelen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Daarom is de formulering nu (opnieuw) aangepast.

Voor gehuwde koppels verandert er niets. Zowel in de oude als de aangepaste wettekst is sprake van de koper “of zijn echtgenoot”. Dus als de andere woning toebehoort aan slechts één van beide echtgenoten, verliezen toch beide echtgenoten het recht op het “klein beschrijf”.

Bron: Decreet van 17 juli 2015 tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, Staatsblad van 14 augustus 2015
Bron: De Broeck Van Laere en Partners www.dvp-law.be

Als de rechter een echtscheiding op grond van onderlinge toestemming heeft uitgesproken, zal het in de toekomst nog steeds mogelijk zijn om hoger beroep aan te tekenen wanneer beide partijen zich kort nadien verzoend hebben. Dat wetsvoorstel van Sonja Becq (CD&V) werd vandaag unaniem aanvaard in de Kamercommissie Justitie.

Soms komt het voor dat een koppel zich verzoent nadat de rechter de echtscheiding heeft uitgesproken. Op dit moment is het echter niet mogelijk om dan hoger beroep aan te tekenen om de echtscheiding ongedaan te maken. “Het koppel wordt dan gedwongen om de echtscheiding te ondergaan. Dit heeft heel wat nefaste gevolgen”, zegt Sonja Becq.

In dat geval moeten er namelijk registratierechten betaald worden, moet er opnieuw getrouwd worden en eventueel een nieuw huwelijkscontract worden opgemaakt. “Wij zijn echter van mening dat beide echtgenoten zich in elk onderdeel van de procedure moeten kunnen verzoenen, alvorens de echtscheiding definitief is geworden.”

Een nieuwe wet bepaalt nu dat een koppel na de uitspraak van de echtscheiding in eerste aanleg op zijn beslissing kan terugkomen, zonder al te veel juridische implicaties. Beide echtgenoten moeten dan hoger beroep aantekenen tegen het vonnis dat de echtscheiding heeft uitgesproken. Wel staat er een tijdslimiet op: het moet binnen de maand gebeuren. “Als een koppel zich wil verzoenen, moeten wij hen die kans geven. Op die manier wordt heel wat leed dat door de echtscheiding wordt veroorzaakt, voorkomen”, meent Becq.

Verlaging schenkingsrechten

geplaatst door op 25 Jun 2015 in Sitenieuws geen reacties

Vanaf 1 juli 2015 wordt het in Vlaanderen heel wat goedkoper om onroerende goederen te schenken. Het hoogste tarief voor een schenking door ooms en tantes bijvoorbeeld daalt van 70 naar 40%. En als de begiftigde bereid is energiebesparende investeringen te doen in de geschonken woning, of ze te verhuren, bedraagt het toptarief zelfs maar 31%.

Voor roerende goederen bestaat in Vlaanderen al sinds 2004 een gunstregime inzake schenkingsrechten (voortaan is de officiële term “schenkbelasting”). Maar voor onroerende goederen moesten tot nu toe nog altijd tarieven betaald worden die konden oplopen tot 80% als de schenking niet in rechte lijn gebeurde. Daardoor zagen vele potentiële schenkers ervan af om bijvoorbeeld huizen te schenken aan de volgende generaties juist op het moment dat die ze het hardst konden gebruiken.

Rechte lijn: 3% op eerste schijf van 150.000 euro

De Vlaamse regering wil daar nu verandering in brengen door de tarieven over de hele lijn te laten dalen.

Voor een schenking in rechte lijn zakt het hoogste tarief van 30% tot 27%. Dat is het tarief dat van toepassing is op de schijf boven 450.000 euro (tot nu toe 500.000 euro). Voor kleine schenkingen is het voordeel ook aanzienlijk, want het laagste tarief (3%) wordt nu toegepast op de eerste schijf van 150.000 euro. Tot nu toe was dat slechts 12.500 euro, en zat men bijvoorbeeld vanaf 100.000 euro al aan een tarief van 10%.

 

Voorstel van de nieuwe tarieven bezorg ik U ter info:

 

Eéngemaakte Schalen Tarief

Rechte lijn en partners

Tarief

Niet rechte lijn

0 tem 150.000 euro 3% 10%

(Met energierenovatie: 9%)

150.000 tot 250.000 euro 9%

(Met energierenovatie: 6%)

20%

(Met energierenovatie: 17%)

250.000 tot 450.000 euro 18%

(Met energierenovatie: 12%)

30%

(Met energierenovatie: 24%)

Boven 450.000 euro 27%

(Met energierenovatie: 18%)

40%

(Met energierenovatie: 31%)

Eandis, de netbeheerder die de energieleidingen beheert in vier vijfden van Vlaanderen, gaat geen gasleidingen meer leggen in nieuwe verkavelingen. Dat meldt Het Nieuwsblad.

Eandis gaat ervan uit dat het gasverbruik de komende jaren fors zal dalen. Niet alleen door de vele warmtepompen, pelletkachels enzovoort, maar ook omdat nieuwe aardgasketels een pak minder verbruiken dan die van vroeger. Ook de isolatie zorgt ervoor dat het energieverbruik daalt. En in nieuwe stadswijken komt er vaak een warmwaternet. Door dat alles wordt almaar minder gas verbruikt

Aan nieuwe uitbreidingen van het netwerk begint Eandis dus niet meer. ‘We hebben de voorbije tien jaar telkens 70 miljoen euro in nieuwe leidingen gestopt. 700 miljoen in totaal. Dat is een geldverspilling’, zegt ceo Walter Van de Bossche.
Bron: De Standaard

12345...